Passieve en natuurlijke architectuur!

26-05-2016

In een continu verder verduurzamende wereld zien we vele ontwikkelingen. Echter ook processen zullen we anders moeten organiseren. Dat geeft pas echt reuring. De bouwwereld dient zich veel meer horizontaal te organiseren. Het is dus zaak je met de juiste mensen te omringen, duurzame mensen om precies te zijn. En die vinden is niet zo moeilijk. Echt duurzame mensen delen immers graag hun kennis en ervaringen. Zij hebben het verduurzamen van de wereld als hoofddoel en daar kom je alleen door van elkaar te leren!

Nu onze bouwtak inmiddels goed geïntegreerd is, is het noodzakelijk om nieuwe samenwerkingsverbanden op te zetten. Zo lijkt op een of andere manier een soort scheiding te bestaan tussen energetische ontwerpende architecten en op ecologie en natuur gerichte architecten. Het zou kunnen dat je als architect je focus maar één kant op kunt richten en daarvoor kunt gaan. Maar juist de specifieke kennis op jouw gebied is waardevol om te delen met het doel de ander verder te brengen en andersom. Ik ken overigens geen niet-energiezuinige ecologische gebouwen, maar met beter integreren komen we verder.

Samenwerken met passiefbouwers
Juist daarom werken we sinds kort intensief samen met Daniël Vlasveld. Hij is een gecertificeerde Europees Passiefhuis Ontwerper, geregistreerd bij het Duitse Passivhaus Institut in Darmstadt. In tegenstelling tot wat over het algemeen wordt gedacht, is passief bouwen geen hightech manier van dikke eps-isolatie volgepropt met apparaten, maar is het een lowtech manier van ontwerpen, waarbij je kiest voor het beperken van de vraag. De kracht van onze samenwerking zit hem erin dat we ecologische natuurlijke principes samenvoegen met passiefbouw principes. Bovendien is het programma waarmee Daniël rekent een ontwerptool. Dankzij het PHPP- programma (PassivHaus Planning Package) weten we vanaf het begin waar we het over hebben, zodat we met ecologische principes in het achterhoofd ontwerpkeuzes kunnen maken.

Voordelen van natuurlijke materialen
Om te beginnen zoeken we uit of de voordelen van natuurlijke materialen, denk aan warmte- en vochtregulerende effecten, wel goed worden meegewogen. Je moet je voorstellen dat natuurlijke materialen reageren op de natuurlijke omstandigheden. Zo kunnen ze 20 tot 30% van hun eigen gewicht aan vocht opnemen en weer afgeven. Dat gebeurt niet alleen in een dag en nachtritme, maar ook in een seizoenenritme. Dat heeft grote energetische voordelen. Ook interessant bij passief bouwen is dat domotica een grote rol speelt. Als je dat goed integreert zijn de vele low-tech natuurlijke principes niet afhankelijk van de grillige mens en komen ze juist beter tot hun recht.

Noodzaak van energiebeperking
Even terug naar het grote plaatje: ik hoor vaak de vraag of energiebeperking nu nog van belang is, nu de duurzame energietechnieken zo hard gaan. Dat klopt, die gaan hard, maar de vraag is of we het daar helemaal mee gaan redden. Zo schreef professor Vaclav Smil een boek over de vermogensdichtheid van een energiebron. Dat is de hoeveelheid vermogen (watt) die je per m2 landoppervlak zou kunnen leveren. Het moge helder zijn dat je meer m2 nodig hebt voor een zonneweide dan voor een gascentrale om dezelfde hoeveelheid watts te kunnen leveren. Zonnepanelen hebben minstens 100 keer meer ruimte nodig dan fossiele brandstoffen.

Benodigd grondgebied
Als we naar België kijken dan hebben ze voor alle hernieuwbare energiecentrales maar liefst 11.400 km2 nodig is, dat is één derde van de totale landoppervlakte. In het geval van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk heb je het over hun totale landoppervlak. Nederland redt het niet eens met zijn volledige eigen grondgebied.

Decentrale energieproductie
Als we het totale Nederlandse energieverbruik verdelen over het volledige grondgebied komen we, volgens Smil, uit op 3 W/m2. Onderverdeeld zit je op 20 W/m2 voor een stad, 100 W/m2 voor stedelijke centra, en 1.000 W/m2 voor hoogbouw. Dit staat nog los van de piekmomenten. Decentrale energieproductie klinkt leuk, maar wordt best beetje lastig zo. De energievoorziening van een stad zou zo 10 tot 1.000 keer meer plaats innemen dan de stad zelf.

Factor tien
Om van hernieuwbare energieproductie een realiteit te maken, moet het energieverbruik met minstens een factor 10 tot 100 omlaag. Gelukkig gaan technieken snel, maar we zullen ons in het midden moeten vinden, willen we echt fossielvrij kunnen gaan bouwen.

Vraag beperken zal voorlopig hoog op de agenda moeten blijven staan. Dat leert de Trias ons ook nog steeds!

Bron: DeArchitect.nl




<< terug