Samen werken aan de nul

29-02-2016

Het idee dat woningen evenveel duurzame energie kunnen opwekken als verbruiken, houdt Nederland bezig. Technisch kan het, maar zonder slim samenwerken gaat het niet lukken. Een nul-op-de-meter-woning vraagt om de juiste softskills, resultaatgericht werken, scrumteams en gezond verstand.

Vertel de bewoners van een te renoveren woning dat ‘de energierekening’ eigenlijk een compleet achterhaald concept uit de vorige eeuw is, en u hebt al snel de volledige aandacht. De grap is: het is nog waar ook. Met energiebesparende maatregelen kunnen huizen vandaag de dag worden gerealiseerd met méér comfort en een gezonder binnenklimaat, terwijl de waarde van de woning stijgt en de bewoners zelfs helemaal geen energierekening meer hoeven te krijgen. Daarbij blijkt ‘beter samenwerken’ een van de kritische succesfactoren. De samenwerking moet flexibeler, sneller, transparanter, efficiënter en effectiever.

Het nieuwe scrummen

IJzerwerf 17, Den Haag: bij Stichting Haagbouw vindt het tweede seminar van BouwLokalen van SBRCURnet plaats over nul-op-de-meter. Zo’n 25 bouwondernemers zijn aanwezig voor de presentaties van Hans Zwiep (DNA in de bouw) en Jan Kamphuis (BJW Wonen). Volgens Zwiep is het nieuwe bouwen gebaseerd op co-creatie: optimaal gebruikmaken van elkaars kennis en kunde. DNA in de bouw is een vereniging die passief bouwen promoot en energieneutrale bouw- en renovatieprojecten realiseert.

Dat leverde in Den Bosch een ‘all electric’ nul-op-de-meter (NOM)-woning op met 28 PV-panelen. Bij deze woning was het bedrijf BouwQuest betrokken (ook lid van DNA in de bouw). BouwQuest koos samen met de opdrachtgever, installateur en aannemer voor ‘scrummen’ als samenwerkingsvorm. Scrumteams zijn kleine, zelfsturende teams die snel en flexibel beslissingen kunnen nemen. Een scrum-overleg is een dagelijks, kort overleg van een kwartier. Daarbij komen drie vragen aan bod: Wat heb je gedaan? Wat zijn de obstakels? Wat ga je doen? Zo wordt het proces voortdurend bijgestuurd.

Eerlijkheid en discipline

De term ‘scrum’ komt uit het rugby. Spelers moeten dezelfde intentie hebben en goed op elkaar zijn afgestemd om de bal in de richting van de helft van de tegenstander te duwen. Echte toegevoegde waarde leveren, is een van de kenmerken van scrum. De bij DNA in de Bouw aangesloten bedrijven gaan tijdens het bouwproces steeds samen met de bewoners om de tafel. Er is geen hiërarchie, alle partners zijn gelijkwaardig. De communicatie is direct. Hans Zwiep benoemt nog eens de vragen die ertoe doen in het overleg: “Wat wil de klant?” “Zijn alle eisen haalbaar?” “Is het ontwerp te bouwen en eenvoudig uit te werken?”

Na de bouwaanvraag wordt een gedetailleerde uitwerking gemaakt en na de realisatie wordt gemonitord of alles werkt. Het scrum-proces is opgedeeld in kleine onderdelen (sprints). Na elke afgeronde sprint kan de prioriteitenlijst worden herzien. Het principe is helder. Maar goed scrummen is nog niet zo gemakkelijk. Scrummen vraagt om eerlijkheid en discipline – niet bepaald eigenschappen waar mensen in uitblinken. Zwiep herkent de valkuilen: “Er moet bereidheid zijn tot samenwerken, luisteren naar elkaar, open staan voor elkaars visie en flexibel zijn in denken en beslissen.”

Prefab

Oprichter Jan Kamphuis van BJW Wonen heeft eveneens een weldoordachte aanpak om nul-op-de-meter te realiseren. Kamphuis werkt volgens het gedachtegoed van Patrick Lencioni, een Amerikaanse bedrijfskundige wiens visie is opgebouwd rond ‘de vijf frustraties van teamwerk’: gebrek aan vertrouwen, angst voor confrontatie, gebrek aan betrokkenheid, afschuiven van verantwoordelijkheid en niet-resultaatgericht werken.

BJW Wonen werkt graag met jonge mensen en experts uit andere sectoren om vastgeroeste patronen te doorbreken en het bouwproces eenvoudiger te maken. ‘Aan de voorkant’ wordt samengewerkt met de bouwbedrijven Ter Steege, Fraanje, Hendriks, Habenu-Van de Kreeke en Comeg. (Samenwerking met de duurzame woonwinkel Reimarkt is in voorbereiding.) ‘Aan de achterkant’ werkt BJW Wonen samen met coalities van producenten, waarmee integrale prefab-onderdelen worden ontwikkeld, zoals een ‘multifunctionele wand’ of een ‘installatiemotor’.

Betaalbaar

BJW Wonen wil gezond en comfortabel wonen bereikbaar en betaalbaar maken voor elke levensfase en elke portemonnee. Het bedrijf richt zich vooral op woningen gebouwd tussen de vijftiger en negentiger jaren met (te) hoge woonlasten en (te) weinig comfort: vochtig, tochtig en soms slecht onderhouden. Met geld dat voorheen aan de energierekening werd besteed, kan de particuliere verbouwing grotendeels worden gefinancierd, volgens Jan Kamphuis: “Voor woningcorporaties is er een sluitende positieve business case. In tegenstelling tot B- en A-labelrenovaties, die alleen maar geld kosten.” Al met al hoeven er volgens BJW Wonen niet per se meer financiële middelen voorhanden te zijn om woningen beter te maken. Dat stemt hoopvol.

Exit installateur

Maar waar wordt dan de winst gepakt? Ook daar heeft Kamphuis een duidelijk verhaal over: “Zorg dat je zo weinig mogelijk op de foutgevoelige bouwplaats hoeft te doen. Geen geknutsel en montage, maar assemblage, plug and play. Onze werkzaamheden op de bouwplaats zijn gereduceerd met 95%.” Met de combinatie van slim samenwerken en industrieel produceren wist BJW Wonen de stichtingskosten van renovatieprojecten flink te drukken. De kosten daalden van 130.000 euro (Roosendaal 2010) naar 75.000 euro (Zoetermeer 2015). Let wel: dit waren verbouwingen inclusief nieuwe keuken en badkamer.

Het omslagpunt lijkt inmiddels bereikt en nul-op-de-meter ligt voor het grijpen. De aanpak is vooruitstrevend te noemen. “En dat heeft altijd consequenties”, zegt Kamphuis, terwijl hij wijst op een van zijn slides tijdens het seminar in Den Haag. Op het plaatje staan de partners waarmee hij samenwerkt. “Heeft iemand in de zaal al gezien welke partijen we er niet bij hebben gevraagd? Precies! De groothandel en de installateur.” De installateurs hebben zichzelf kennelijk overbodig gemaakt.

In de al genoemde ‘installatie-motor’ is alle techniek samengebracht: WTW-unit, buffervat, warmtepomp, opslag van stroom, PV-panelen en een zon-thermisch systeem. Kamphuis: “Tel al die installaties bij elkaar op en je zit al snel aan 20.000 euro. De motor in een Fiat 500 kost af fabriek 800 euro. Zo’n motor ontwikkelen wij nu, samen met enkele installatieproducenten. Dat gaat een extreme verbetering van de prijs-prestatieverhouding opleveren. De installatieproducenten beginnen het door te krijgen. Installatiebedrijven zijn nog niet zover… die moeten het nog leren.”

Bron: Installatie.nl




<< terug